Na de aankomst in 1951 woonden veel Molukse gezinnen in Nederland in voormalige kampen en woonoorden. Die plekken weerspiegelden de oorspronkelijke aanname dat het verblijf tijdelijk zou zijn. Tegen het einde van de jaren vijftig werd die aanname steeds moeilijker vol te houden.
Documentatie van het Rijksmuseum over Lunetten beschrijft rond 1957 een beleidsverschuiving richting langdurig verblijf en integratie. De overheid ging ook over op speciaal gebouwde Molukse woonwijken waar gezinnen dicht bij elkaar konden blijven wonen. Huisvestingsbeleid werd permanente geografie.
Dat is belangrijk omdat een wijk nooit alleen een verzameling huizen is. Nabijheid kan familieverbanden, kerken, verenigingen, eetcultuur, muziek, taal, herinnering en alledaagse vormen van onderlinge steun dragen. Straten kunnen door de tijd betekenissen krijgen die planners nooit in hun oorspronkelijke plannen schreven.
De wijken waren niet identiek en ze bevroren Molukse cultuur niet. Verschillende plaatsen ontwikkelden verschillende geschiedenissen en latere generaties verhouden zich op veranderende manieren tot Maluku, Nederland en elkaar. Gemeenschapsgeografie kan continuïteit dragen terwijl cultuur zelf blijft bewegen.
Zo bekeken is de Molukse wijk tegelijk beleidsgeschiedenis en geleefde infrastructuur. Zij legt vast hoe een zogenaamd tijdelijke migratie ruimtelijk verankerd raakte in Nederlandse steden — en hoe bewoners toegewezen ruimte veranderden in plekken van verbondenheid.
®